Life Cycle Thinking

Aandachtsgebieden

PlasticsEurope stimuleert het gebruik van Life Cycle Thinking (LCT) om het inzicht in productvoordelen te verbeteren, zodat er weloverwogen beslissingen worden genomen als het gaat om concepten als de circulaire economie. Life Cycle Thinking maakt gebruik van levenscyclusanalyses (LCA's). Dit is een techniek om de mogelijke milieubelasting van een product, proces of dienst in kaart te brengen. Het gaat hierbij om:
It involves:

  • inventarisatie van het energie- en grondstoffenverbruik en de uitstoot in het milieu;
  • beoordeling van de potentiële milieueffecten die gepaard gaan met het vastgestelde verbruik en de vastgestelde uitstoot;
  • berekening van prestatie-indicatoren om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen.

 

UNEP-SETAC Life Cycle Initiative
 

2.4.. LCI LOGO.png Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en de Organisatie voor Milieutoxicologie en -Chemie (SETAC) hebben in 2002 het Life Cycle Initiative gelanceerd. Dit initiatief heeft de taak om het wereldwijde gebruik van betrouwbare levenscyclusinformatie mogelijk te maken om tot een duurzamere samenleving te komen. PlasticsEurope onderschrijft het UNEP-SETAC Life Cycle Initiative volledig.
 

Life Cycle Thinking (LCT) is voor PlasticsEurope een strategisch concept dat gebaseerd is op betrouwbare gegevens en een gedegen methode. PlasticsEurope erkent het belang van het LCT-initiatief en is derhalve al jaren gold sponsor van dit initiatief. Het initiatief wil de verspreiding en toepassing bevorderen van wetenschappelijk onderbouwde levenscyclusgeoriënteerde benaderingen en productinformatie door wereldwijde praktijken van het bedrijfsleven, de overheid en het maatschappelijke middenveld, als basis voor duurzame consumptie en productie.

Ga voor meer informatie over het Life Cycle Initiative naar: www.lifecycleinitiative.org.

 

Eco-profiles-programma
 

2.4. eco profiles shutterstock_3495183.pngPlasticsEurope was de eerste brancheorganisatie die gedetailleerde milieugegevens verzamelde en publiceerde over de processen van de bij haar aangesloten bedrijven. De eerste Eco-profile-rapporten werden in 1993 gepubliceerd. Sindsdien zijn er meer rapporten gepubliceerd en voortdurend bijgewerkt. Inmiddels zijn er meer dan 70 Eco-profile reporten vrij beschikbaar. In 2006 is een aanvullend Environmental Product Declaration (EPD)-programma  (milieuverklaring voor producten) gestart. Er zijn Eco-profiles en EDP's voor bulkpolymeren, een aantal van de op grotere schaal gebruikte technische kunststoffen en verschillende veelvoorkomende kunststofomzettingsprocessen. Ze worden wereldwijd erkend als representatieve datasets door bedrijven die een levenscyclusbenadering (Life Cycle Thinking) toepassen en andere stakeholders, en zijn opgenomen in verschillende commerciële levenscyclusdatabases en in de openbare European Life Cycle Database (ELCD).

 

Doelstellingen van Eco-profiles
 

PlasticsEurope heeft duidelijke doelstellingen bij het opstellen van de Eco-profiles-rapporten, waarin Europese productiegemiddelden staan:

  • Het openbaar maken van wetenschappelijk betrouwbare gegevens voor gebruik in productlevenscyclusstudies, zonder dat de vertrouwelijkheid van gedetailleerde procesgegevens van de individuele bedrijven geschonden wordt.
  • Het stimuleren van milieuverbeteringen in productieprocessen door middel van benchmarking met een Europees sectorgemiddelde.
  • Het gebruik van sectorgemiddelden, omdat deze gezien de grote bijdrage van upstreameffecten aan het Eco-profile van een polymeer en met oog op de distributie van grondstoffen, zoals ethyleen of nafta via het Europese pijpleidingennet, de meest betrouwbare weergave van polymeerproductiesystemen zijn.
     

De toekomst van Eco-profiles


Sinds de eerste Eco-profile-rapporten werden gepubliceerd, heeft de methode, standaardisatie en toepassing van Life Cycle Assessment aanzienlijke wijzigingen ondergaan. Er zijn nieuwe concepten ontwikkeld, zoals Environmental Product Declarations (EPD) (milieuverklaringen voor producten) en Carbon Footprints (CO2-voetafdruk). Downstreamsectoren, zoals de bouw- en constructiesector, hebben hun eigen normen en databehoeften. Daarom moeten Eco-profiles worden aangepast aan de beste praktijken en behoeften van stakeholders. Daartoe vraagt PlasticsEurope regelmatig input van stakeholders voor de Eco-profile-methode. Vanwege de behoefte aan wereldwijd geharmoniseerde praktijken en vergelijkbare resultaten, verwelkomt PlasticsEurope daarnaast andere regionale federaties en nodigt ze uit om samen te werken. Als bijdrage aan het delen van beste praktijken, is de Eco-profile-methode afgestemd op andere materiaal- of sectorspecifieke normen.

 

Environmental Footprint (ecologische voetafdruk)
 

2.4. footprint shutterstock_111482522.png PlasticsEurope neemt deel aan het project Product and Organisation Environmental Footprint dat door de Europese Commissie wordt geleid. Ga voor meer informatie naar de volgende link:
http://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/index.htm



 

Updates en onderhoud
 

Alhoewel Eco-profiles vanwege de lange levensduur van installaties en kapitaalinvesteringen naar verwachting een aantal jaar geldig blijven, vereisen technologische veranderingen in de kunststofindustrie dat er periodieke updates plaatsvinden: sommige fabrieken zijn gemoderniseerd, andere zijn gesloten; nieuwe technologie wordt toegepast, voor schonere brandstoffen en emissiereducties. Daarnaast wordt de kwaliteit van de gegevens beter als gevolg van monitorings- en benchmarkingprogramma's. Ten slotte zorgen het dynamische karakter van de petrochemische industrie, haar mondiale markten en de geavanceerde onderlinge samenhang tussen de verschillende productie-units dat de Eco-profile-gegevens voortdurend moeten worden aangepast. Eco-profile-databasemanagement zorgt voor intern consistente gegevens en updates die rekening houden met veranderingen in upstreamsectoren, nutsbedrijven, productieprocestechnologieën en methodologische beste praktijken.

FAQs
 

Heeft u een vraag die hieronder niet vermeld staat? Neem dan contact op met onze expert

 

Waarom publiceert PlasticsEurope Eco-profiles alleen op basis van gemiddelden?

De doelstelling van PlasticsEurope is om betrouwbare gegevens te publiceren voor gebruik in productlevenscyclusstudies. Dergelijke gegevens moeten technologisch, geografisch en temporeel representatief zijn. De scope van PlasticsEurope, als brancheorganisatie van kunststofproducenten in Europa, is de huidige Europese productie van polymeren en precursoren.
 

an rest de vraag waarom er een technologiemix wordt gerapporteerd. Bij de inkoop van polymeren (of welke andere grondstof dan ook), maken opdrachtgevers en inkopers gebruik van een leverancierspool. Dat doen ze omdat ze op elk moment van handelaar en/of leverancier willen kunnen switchen, bijvoorbeeld vanwege prijs. Daarnaast zijn kunststoffen samengestelde materialen; naast de polymeren worden verschillende additieven in de compounding- en conversiestappen geïntroduceerd, wat leidt tot een verdere “vermenging” van toeleveringsketens. Bij productlevenscyclusanalyses voor toepassingen van kunststof is een onderscheid tussen specifieke polymeerproducten meestal niet mogelijk en ook niet relevant. Dit is te vergelijken met energiegebruikers die thuis elektriciteit ontvangen die uit verschillende brandstoffen wordt opgewekt. Daarom blijven de Eco-profiles van PlasticsEurope bij de beste afspiegeling van de Europese polymeerproductietechnologiemix.
 

Afgezien van representativiteitsoverwegingen, stelt de rapportage van sectorgemiddelden Plastics Europe ook in staat om aan de externe vraag naar geconsolideerde sectorinformatie te voldoen en tegelijkertijd de behoeften van bedrijven aan betrouwbaarheid van hun gegevens te respecteren.
 

Daarnaast stellen geconsolideerde sectorgegevens PlasticsEurope in staat om milieuverbeteringen in productieprocessen te stimuleren door de prestaties van bedrijven met het Europees sectorgemiddelde te vergelijken, en ze zo aan te moedigen om hun impact op het milieu terug te dringen.

 

Waarom hanteert PlasticsEurope geen databasestructuur op basis van eenheidsprocessen?

Alhoewel een databasestructuur op basis van eenheidsprocessen transparant en veelzijdig is, zijn er ook nadelen aan verbonden die volgens PlasticsEurope niet opwegen tegen de voordelen. Allereerst is de transparantie beperkt vanwege de noodzaak van vertrouwelijkheid om de commerciële belangen van de sector te beschermen. Een databasestructuur op basis van eenheidsprocessen kan productformules en andere gevoelige informatie onthullen. Daarnaast is de veelzijdigheid beperkt door de industriële realiteit, omdat het vrij hergroeperen van processen in een productie- of toeleveringsketen niet haalbaar en ook niet wenselijk is: eenheidsprocessen op basis van horizontale gemiddelden van verschillende technologieën kunnen onrealistische input- en outputstromen laten zien; fabrieken die in verschillende regio's zijn gevestigd of onverenigbare technologieën gebruiken, kunnen niet gekoppeld worden tot werkbare toeleveringsketens; en geïntegreerde productievestigingen bieden synergie-effecten die niet tot uiting komen bij het samenbrengen van eenheidsprocessen.

 

Waarom publiceert PlasticsEurope niet meer Eco-profiles van halffabricaten of gerecyclede producten?

PlasticsEurope richt zich als brancheorganisatie op de productie van polymeren en reactieve precursoren en niet op de compounding en conversie naar kunststoffen en (half-) afgewerkte producten. De Eco-profile-methode van PlasticsEurope maakt het mogelijk om conversie- of recyclingprocessen te onderzoeken, maar daar is dan wel het initiatief van andere federaties voor nodig, zoals de European Plastics Converters (EuPC) en deEuropean Plastics Recyclers (EuPR), om dit verder uit te werken. and the to complete.
 

Hoe kan ik Eco-profiles gebruiken voor andere regio's?

De Eco-profiles van PlasticsEurope zijn gebaseerd op Europese polymeerproductiegemiddelden. Heeft u gegevens nodig voor een andere regio? Neem dan contact op met de desbetreffende brancheorganisatie voor toepasselijke programma's en datasets, bijvoorbeeld ACC Plastics Division voor de VS en PACIA voor Australië. Door het geïntegreerde karakter van productiesystemen in elke regio, is de overdracht van inventarisatiegegevens van levenscycli niet zo simpel als bijvoorbeeld het omwisselen van elektriciteitscombinaties. Hier moet heel zorgvuldig mee worden omgegaan.

 

Moet ik de Eco-profiles-cijfers voor monomeren en polymeren bij elkaar optellen om de totale milieubelasting te krijgen?

Nee, u hoeft de cijfers niet op te tellen. Elk Eco-profile is een op zichzelf staande dataset die de hele levenscyclus van het betreffende product omvat; dit wordt ook wel de “van-wieg-tot-poort”-benadering genoemd.

 

Waarom komen LCI-data soms niet overeen als je de LCI van een polymeer vergelijkt met diens monomeer of precursoren?

Elke Eco-profile-LCI-dataset heeft zijn eigen systeemgrens. In sommige gevallen zijn polymeerproducenten volledig geïntegreerd en produceren ze ook de monomeer of precursoren. In andere gevallen kopen ze de monomeer of precursoren van derden, die ook aan andere gebruikers leveren. Daarom verandert de technologiemix als je een polymeer met een monomeer vergelijkt. Het is belangrijk om te realiseren dat de resultaten zullen verschillen, afhankelijk van waar de systeemgrenzen in de onderling verbonden chemische en kunststofindustrie, met haar verschillende technologieën en toeleveringsketens liggen.

 

Kan ik bepalen wat de duurzaamste polymeren zijn door Eco-profiles met elkaar te vergelijken?

Nee. Om de prestatie van verschillende materialen te kunnen vergelijken, moet de hele levenscyclus, en de effecten van relevante levenscyclusparameters in een gedefinieerde functionele eenheid worden meegenomen. Er kunnen geen vergelijkingen worden gemaakt op polymeerniveau, omdat polymeren voor zeer verschillende toepassingen kunnen worden gebruikt. Aangezien Eco-profiles verwijzen naar een hoeveelheid van 1 kg van de betreffende polymeer, zijn ze functioneel niet gelijkwaardig, maar meer bouwstenen voor levenscyclusstudies.

 

Wat kan ik doen als ik geen Eco-profile kan vinden voor de polymeer waarin ik geïnteresseerd ben?

Het is in veel gevallen mogelijk om een realistische benadering van de levenscyclusinventarisatie te construeren uit bouwstenen van upstreamprocessen en schattingen van deskundigen. Echter, door de verschillende en zeer specifieke productietechnologieën vereist dit wel een zekere mate van expertise en ervaring. Neem voor meer informatie contact op met de programmamanager en bel de Eco-profile-hotline.

 

Hoe geloofwaardig zijn de Eco-profile-gegevens als PlasticsEurope als brancheorganisatie deze publiceert?

PlasticsEurope heeft er belang bij om stakeholders van transparante en controleerbare Eco-profile-datasets te voorzien. Daarom bestaat het management van het Eco-profile-programma uit verschillende onafhankelijke partijen. Daarnaast is de methode transparant, intercollegiaal getoetst en openbaar; de gegevensverzameling en berekeningen worden uitgevoerd door onafhankelijke externe consultants; de procedures en resultaten worden intern gecontroleerd door een multidisciplinaire groep van experts waarin verschillende bij PlasticsEurope aangesloten bedrijven zitten (marktconcurrenten); en de gegevens en procedures worden extern gecontroleerd door de onafhankelijke programmamanager conform de beste praktijken, zoals het ILCD-handboek (International Reference Life Cycle Data System).

 

Hoe wordt de datakwaliteit van Eco-profiles gegarandeerd?

Tijdens de dataverzameling en modellering, voert de onafhankelijke externe consultant aannemelijkheids- en volledigheidscontroles uit, door bijvoorbeeld massa- en energiebalansen te berekenen. Daarnaast verifieert de onafhankelijke externe beoordelaar datakwaliteitsindicatoren, zoals technologische, temporele en geografische representativiteit, volledigheid, nauwkeurigheid en methodologische consistentie conform de beste praktijken, zoals het ILCD-handboek.

 

Welke elektriciteitsmix wordt gebruikt voor het berekenen van Eco-profiles?

Er is niet een specifieke (bijvoorbeeld Europees gemiddelde) elektriciteitsmix die aan de Eco-profiles ten grondslag ligt. Iedere productievestiging die deelneemt aan de dataverzameling wordt gemodelleerd op basis van haar eigen specifieke nationale elektriciteitsmix of individuele elektriciteitsvoorziening ter plaatse. De resultaten van elke vestiging worden herwogen naar het respectievelijk productievolume en vervolgens meegenomen in het Europese polymeerproductiegemiddelde. Voor elk Eco-profile hangt het resulterende naar tonnage herwogen gemiddelde dus af van de locatie van de deelnemende vestiging. Dit is een reële afspiegeling van de industriële productiepatronen.

 

Voldoen Eco-profiles aan de huidige LCA-normen?

Ja, de Eco-profile-methode is afgestemd op de ISO-normen 14040–44, 14025 en het ILCD-handboek van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie.
 

Hoe pakt PlasticsEurope de verdeling van milieu-impacts tussen bijproducten aan?

Daar waar verdeling onvermijdelijk is, voorziet de Eco-profile-methode van PlasticsEurope in een fundamentele toewijzingsfilosofie. Deze is gericht op doordachte en transparante keuzes die de industriële realiteit weergeven. Uiteindelijk blijft dit echter een subjectieve beslissing. Daarom wordt de gekozen toewijzingsmethode en de onderbouwing hiervan opgenomen in het Eco-profile-rapport, en ondersteund door een gevoeligheidsanalyse om daar waar nodig de variabiliteit in de resultaten te illustreren.
 

Wat betekent feedstockenergie?

Feedstockenergie is een concept dat naast de input- en outputtabellen van de levenscyclusinventarisatiemethode wordt gebruikt. Dit concept is bedoeld om de interpretatie van grondstoffenverbruik te vergemakkelijken. Aangezien polymeren meestal uit lange koolwaterstofketens bestaan, definieert de kunststofindustrie feedstockenergie als het deel van het grondstoffenverbruik dat in de polymeer terechtkomt en niet als brandstof dient. Feedstockenergie is het energie-equivalent van deze organische inputmaterialen, die zowel niet-hernieuwbaar (fossiel) als hernieuwbaar (biogeen) kunnen zijn. Het is belangrijk om te melden dat het concept op vergelijkbare wijze op andere materialen en industrieën kan worden toegepast, door bijvoorbeeld een energie-equivalent toe te wijzen aan mineralen en metalen.
 

Welke milieu-impactcategorieën worden er gebruikt en hoe worden ze berekend?

Bij de Eco-profiles en EPD's van PlasticsEurope wordt gebruikgemaakt van een aantal gevalideerde milieu-impactcategorieën die voldoende betrouwbaar zijn voor ondersteuning van zakelijke beslissingen, bijvoorbeeld ADP, GWP, AP, EP, ODP, POCP. De berekening van elke categorie is gebaseerd op specifieke wetenschappelijke richtlijnen en beoordelingsfactoren en zijn volledig in lijn met de beste praktijken, zoals het ILCD-handboek.
 

Waarom zijn er soms substantiële wijzigingen in de update van een Eco-profile?

Innovatie en de voortdurende verbetering van productietechnologieën in de kunststofindustrie leiden tot verbeteringen in kritieke prestatie-indicatoren, die weerspiegeld worden in het relevante Eco-profile. Het is belangrijk om op te merken dat de Eco-profile-methode verenigbaar blijft met eerdere edities en dat alle wijzigingen in de Eco-profile-rapporten worden toegelicht.
 

Hoe vaak worden Eco-profiles bijgewerkt?

De programmamanager en gekwalificeerde consultants checken de Eco-profile-database periodiek op noodzakelijke updates. De criteria zijn de actualiteit en kwaliteit van de gegevens, en verzoeken om updates. Daarnaast is een Eco-profile drie jaar geldig. Na deze periode wordt geanalyseerd of de geldigheid kan worden verlengd. Houd er rekening mee dat de verwachte temporele geldigheid van een Eco-profile, op basis van voortgang van technologie en investering, veel langer kan zijn (bijvoorbeeld 10 jaar). Derhalve kan de geldigheid van Eco-profiles zonder grote wijzigingen worden verlengd als de huidige technologiemix nog van toepassing is.
 

Hoe kan ik als LCA-consultant solliciteren voor Eco-profile-werkzaamheden bij PlasticsEurope?

Bent u een ervaren LCA-uitvoerder en in staat om grootschalige dataverzamelingscampagnes te managen? Dan kunt u zich aanmelden voor deelname aan een voorkwalificatieproces om als geschikt dienstverlener te worden erkend. Neem voor meer informatie contact op met de programmamanager en bel de Eco-profile-hotline.

Begrippenlijst
 

Abiotic Depletion Potential (ADP) - abiotisch uitputtingspotentieel
Een milieu-impactcategorie, die de winning van primaire (niet-hernieuwbare) grondstoffen, zoals mineralen, metalen en fossiele brandstoffen meet.

Acidification Potential (AP) - verzuringspotentieel
Een milieu-impactcategorie (“zure regen”). Emissies (van bijv. zwaveloxiden, stikstofoxiden, ammoniak) door transport, energieopwekking, verbrandingsprocessen en landbouw, veroorzaken verzuring van het regenwater en brengen daarmee schade toe aan bossen, meren en gebouwen. Referentiestof: zwaveldioxide.

Eco-profile - milieuprofiel
Een andere term voor levenscyclusinventarisatie, termen worden door PlasticsEurope door elkaar gebruikt, meestal wieg-tot-poort, maar in geval van conversieprocessen kan dit ook poort-tot-poort zijn.

Eco-profile Project Team (EPT)
Een toegewijde, tijdelijke taskforce die wordt gevormd met het doel om toezicht te houden op het Eco-profile-werk voor een specifieke polymeer. Het team bestaat uit leden van het relevante productcomité van PlasticsEurope, HSE-groep, Life Cycle Task Force (LCTF), plus de LCA-uitvoerder en de programmamanager.

Environmental Product Declaration (EPD) - milieuverklaring voor producten
Een gestandaardiseerde methode (ISO 14025) om de milieuprestatie van een product of dienst op basis van LCA-gegevens weer te geven.

Eutrophication Potential (EP) - eutrofiëringspotentieel
Een milieu-impactcategorie (in sommige gevallen ook Nutrification Potential (NP) - vermestingspotentieel). Emissies zoals fosfaat, nitraat, stikstofoxiden, en ammoniak uit transport, energieopwekking, landbouw (meststoffen) en afvalwater, versterken de groei van waterplanten en kunnen algenbloei veroorzaken. Deze algen verbruiken de zuurstof in het water en verstikken zo andere vormen van waterleven. Dit wordt eutrofiëring genoemd en veroorzaakt schade aan rivieren, meren, planten en vissen. Referentiestof: fosfaat.

Feedstock energy - feedstockenergie
Definitie conform ISO 14040: verbrandingswarmte van grondstoffen die niet als energiebron voor een productsysteem wordt gebruikt, uitgedrukt in termen van hoge of lage verbrandingswaarde.
OPMERKING: Zorg dat er geen dubbeltelling van de energie-inhoud van de grondstof plaatsvindt« [ISO 14040, 3.17]

Global warming potential (GWP) - aardopwarmingsvermogen
Een milieu-impactcategorie (“broeikaseffect”). Energie van de zon stuurt het weer en het klimaat op aarde aan en verwarmt het aardoppervlak. De aarde kaatst een deel van die warmte terug naar de ruimte. Atmosferische broeikasgassen (waterdamp, koolstofdioxide, en andere gassen) beïnvloeden de energiebalans waardoor de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak stijgt. Er ontstaan problemen wanneer de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer stijgt door het door de mens veroorzaakte (of antropogene) broeikaseffect: dit bijkomende broeikaseffect, dat door menselijke activiteiten wordt veroorzaakt, kan de gemiddelde mondiale temperatuur verder doen stijgen. De GWP-index wordt berekend als het opwarmingsvermogen in een periode van 100 jaar van één kilogram van het betreffende gas ten opzichte van de uitstoot van één kilogram koolstofdioxide, de referentiestof. De term CO2-voetafdruk (carbon footprint) is synoniem voor de GWP van een product.

Life Cycle Impact Assessment (LCIA) - levenscyclusimpactanalyse
Evaluatie van de milieubelasting van materiaal- en energiestromen (bijv. met betrekking tot uitputting van grondstoffen of aardopwarmingsvermogen)

Life Cycle Inventory (LCI) - levenscyclusinventarisatie
Een input-en outputanalyse van materiaal- en energiestromen afkomstig van activiteiten van een productsysteem; PlasticsEurope gebruikt hiervoor ook de term Eco-profile.

Life Cycle Assessment (LCA) - levenscyclusanalyse
Een gestandaardiseerde managementtool (ISO 14040–44) voor het evalueren en kwantificeren van de totale milieubelasting van producten of activiteiten over hun hele levenscyclus van bepaalde materialen, processen, producten, technologieën, diensten of activiteiten.

Offsetting - klimaatcompensatie
Financieringsactiviteiten die het klimaateffect (en vaak tegelijkertijd het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen) compenseren dat voortvloeit uit productie.

Ozone Depletion Potential (ODP) - ozonuitputtingspotentieel
Een milieu-impactcategorie (“gat in de ozonlaag”). De ODP-index wordt berekend als de bijdrage aan het afbreken van de ozonlaag, resulterend uit de uitstoot van één kilogram van de betreffende stof ten opzichte van de uitstoot van één kilogram CFC-11 als de referentiestof.

Photochemical Ozone Creation Potential (POCP) - fotochemisch vermogen tot ozonvorming
Een milieu-impactcategorie (foto-oxidanten, “zomersmog”). De index die gebruikt wordt om het uitstootniveau van verschillende gassen naar een algemene maatstaf te vertalen om hun bijdrage aan de verandering van ozonconcentraties op leefniveau te vergelijken. De POCP-index wordt berekend als de bijdrage aan ozonvorming dicht bij de grond, resulterend in de uitstoot van één kilogram van de betreffende stof ten opzichte van de uitstoot van één kilogram etheen als de referentiestof.

Product Category Rules (PCR) - productcategorieregels
Regels en vereisten voor de uitvoering van LCA's en EPD's binnen een functioneel gedefinieerde productcategorie. Een PCR-document is een noodzakelijke component van elke EDP (milieuverklaring) type III (ISO 14025).

Geldende normen
 

PlasticsEurope acht de erkenning en het gebruik van de ISO 140xx-normen van cruciaal belang bij het gebruik van Life Cycle Thinking in besluitvormingsprocessen waarbij milieueisen een rol spelen.

  • ISO 14040: • ISO 14040: Milieubeheer – Levenscyclusanalyse – Beginselen en kader.

  • ISO 14044: Milieubeheer – Levenscyclusanalyse – Eisen en richtlijnen.

  • ISO 14021: Eigen milieuclaims – Milieuetikettering type II.

  • ISO 14025: Milieuetiketteringen en verklaringen – Milieuverklaringen type III.

  • ISO 14067: CO2-voetafdruk van producten (in ontwikkeling)

Literatuur
 

Ga voor meer informatie over Life Cycle Thinking naar:

Links naar externe bronnen:

Publicaties:
Criteria voor milieuvriendelijke (duurzame) recycling en afvalbeheer van kunststoffen Op feiten gebaseerde conclusies van 20 jaar Denkstatt-onderzoek (zie denkstatt.at)
Gepubliceerd: September 2014

http://www.plasticseurope.org/documents/document/20100805122034-20100803150235-denkstatt.jpgDe impact van kunststoffen op energieverbruik in de levenscyclus en broeikasgasemissies in Europa (PDF document)
Denkstatt-onderzoek: samenvattend rapport
Gepubliceerd: Juni 2010
 

Neem voor meer informatie contact met ons

Neem contact met ons op voor meer informatie over kunststoffen en de activiteiten van PlasticsEurope.